![]() |
Tegenwoordig hebben de Valthermonders aan het Noorderdiep een moderne, efficiënte huisartsenpost. Maar voordat die er was, hadden de Valthermondse dorpsartsen ‘praktijk aan huis’, zoals dat heette. Leo van Gemert woont nog steeds in het huis waar hij die praktijk had. Hij is al geruime tijd gepensioneerd, maar toch is hij nog steeds arts. Twee maanden per jaar. In Kenia, om precies te zijn. Het doktersbloed verloochent zich immers niet.
Hij is geen geboren Valthermonder. Zijn wieg stond in Enschede, maar het is niet aan hem te horen. ‘Bij ons thuis werd geen Twents gesproken en ik heb dat ook nooit gedaan. Net zo min als ik hier in Valthermond Veenkoloniaals spreek. Je leert het toch nooit. Het is wel goed dat ik het kan verstaan, want in het vuur van het verhaal gaan de mensen vaak over op dialect.’
Veel geleerd
Hij heeft in Utrecht gestudeerd. Heeft eerst in een klein ziekenhuis in Dordrecht gewerkt, want hij wilde graag een plattelandspraktijk hebben, maar wilde daarvoor eerst verloskunde doen. De kennis die hij op de universiteit had opgedaan, was daar niet genoeg voor. ‘Dat wilde ik de mensen niet aandoen. Dus heb ik van alles gedaan in dat ziekenhuis: spoedeisende hulp, eerste hulp, verloskunde. Ik heb in die tijd veel geleerd en na anderhalf jaar durfde ik het wel aan. Toen ben ik gaan zoeken. Er waren destijds nog heel wat praktijken te koop, maar ze waren lang niet altijd geschikt. Tenslotte ben ik in Valthermond terecht gekomen. Op een zondagochtend in februari, met mist en hagel. Maar we zijn hier toch blijven hangen.’
En met plezier. Zijn vrouw heeft zich ook al stevig in het dorpsleven genesteld, onder meer via de tennisclub. En dan is er haar tuin: ze is dol op tuinieren en zou dat absoluut niet willen missen. ‘Ik krijg haar met geen drie paarden hier weg’, zegt Van Gemert. En hijzelf? ‘Toen ik op m’n zestigste gepensioneerd werd, dacht ik: dat is heel leuk. En dat is het ook wel. Het eerste jaar heb ik hier in huis gebeunhaasd. Ik heb getegeld, laminaat gelegd, getimmerd, geverfd, gestukadoord. Maar toen dat jaar voorbij was, dacht ik: wat nu? Ik vond het leven toch een beetje saai worden. En toen heb ik mij aangemeld bij de Rotary Doctors.’
Kenia
De internationale serviceorganisatie Rotary heeft een stichting opgericht, Rotary Doctors, die voor geld zorgt en artsen uitzendt. ‘We zijn gefocust op Kenia’, vertelt Van Gemert. ‘Vooral omdat dat tot voor kort een heel veilig Afrikaans land was. In eerste instantie hebben we daar een jeep line, waarmee we zieken bezoeken, en een huis, in het westen. De mensen daar hebben nog nooit een blanke gezien; kindertjes begonnen ook vaak te huilen als ze ons zagen. Het zijn heel aardige mensen die in zelfgebouwde hutjes wonen. Ze maken een geraamte van takken en dan is het afwachten tot het regent. Dan wordt de grond, die leemachtig is, net klei, en daar smeren ze dat geraamte dan mee in. Het droogt en de volgende dag is het keihard.’
‘Ze hebben geen water of elektriciteit, helemaal niks, het is ongelooflijk dat mensen nog zo leven. De enige luxe die ze hebben, is een mobieltje. Heel merkwaardig, maar iedereen heeft er een. Naar die mensen gaan we dus toe, in de verschillende dorpjes, met de jeep. We hebben medicijnen bij ons en houden spreekuur in allerlei gebouwtjes: kleine kerkjes, kantoortjes van plaatselijke chiefs. We proberen ook blijvende hulp te bieden, niet alleen acute. Waar ik werk, hebben we bijvoorbeeld een klein ziekenhuisje laten bouwen, met geld uit Nederland. In dergelijke clinics gaat dan een verpleegster wonen, die door de gemeenschap wordt betaald en daar moet ze medicijnen van kopen en er zelf van leven. Alles gaat in overleg met de lokale overheden en met de bevolking.’
Voortzetting
Leo van Gemert vertelt verder over ‘zijn’ stukje Kenia. De Rotary Doctors proberen de vaccinatiegraad te verhogen door zo veel mogelijk mensen in te enten. Ook willen ze graag meer zwangere vrouwen op hun spreekuur hebben. Die bevallen doorgaans thuis, onder primitieve omstandigheden, en de artsen proberen er dan voor te zorgen dat ze in elk geval geen malaria hebben en als ze AIDS hebben – dat komt daar ontzettend veel voor – ze dat niet op het kindje overdragen.
Dit jaar is hij voor de zesde keer in Kenia geweest. Is dat eigenlijk niet gewoon een voortzetting van zijn oude beroep? ‘Ja. Behalve het organisatorische stuk dat er aan vast zit natuurlijk. Je gaat eens rondkijken als je gepensioneerd bent: wat wil ik, wat kan ik? Tja, eenmaal arts, altijd arts. En het blijft een heel boeiend beroep. Je krijgt te maken met aandoeningen die je in Nederland niet of nauwelijks vindt: AIDS, malaria, uitdroging, ondervoeding, tuberculose. We krijgen natuurlijk ook veel bijscholing over dergelijke ziekten.’
Vooral de eerste keer was het een gigantische cultuurshock voor hem. Hij werd met een jeep opgehaald van het vliegveld en keek met verbazing naar de rijen lopende mensen aan beide zijden van de weg. Van Gemert: ‘Er is wel wat openbaar vervoer, maar dat kost geld en dat hebben ze meestal niet. Dus lopen ze rustig tientallen kilometers naar hun bestemming. Dan krijg je zo’n vrouw op je spreekuur met een ziek kind aan de hand en twee anderen op de heup. Daar heeft ze dan vele uren mee gelopen.’
Andere wereld
Het is een volkomen andere wereld. ‘We hebben daar dus een huis gehuurd en we zijn zelfs aangesloten op de waterleiding. Maar dat wil niet zeggen dat we altijd water hebben. Soms is het er eenmaal in de week en dan proberen we allerlei vaten, tonnen en andere voorwerpen met water te vullen, want de watertoevoer is misschien een uur later alweer gestopt. Soms kan het wel weken duren voordat er weer water komt en dan moeten we met al die vaten en tonnen naar een pompstation om daar water te halen.’ Is dat dan niet om gek van te worden? Ja, af en toe wel. Maar ze zitten maar twee maanden in Kenia en geen twee jaar; dan zou het een heel andere zaak zijn.
‘Hetzelfde geldt voor elektriciteit. Gelukkig hebben we sinds kort een generator, zodat de koelkast in elk geval koud blijft. Je moet je een beetje op dat primitieve leven instellen. Ik heb altijd een zaklantaarn bij me, want als die stroom weer eens uitvalt, is het ook écht donker. Maar het is goed te doen. Je krijgt af en toe wel eens last van zelfmedelijden, maar dat gaat ook gauw weer over.’
Kenia was vroeger veiliger, maar sinds de recente binnenlandse onlusten hebben de Rotary Doctors even pas op de plaats gemaakt: de eerste drie maanden van 2008 vond het bestuur het te gevaarlijk om erheen te gaan. ‘Kort daarna ben ik er wel weer geweest,’vertelt hij, ‘en het is droevig om te zien wat er allemaal kapot gemaakt is. In de binnenstad van Nairobi zijn talloze winkels in brand gestoken en het personeel, de houseboy en de apotheker, hebben de meest gruwelijke verhalen. Onthoofde lijken langs de kant van de weg en zo. Maar als je nou vraagt wat er allemaal is gebeurd, zegt iedereen: we begrijpen er niks van. Het barstte ineens los. Dan blijkt er toch onderhuids een heleboel te broeien. Het zijn ook stammenoorlogen geweest. De Kikuyu hebben alle leuke baantjes en dus sloeg bij de Luo de vlam in de pan. Maar ik heb me zelf nooit onveilig gevoeld.’ En Leo van Gemert gaat dus weer terug volgend jaar. Eenmaal arts, altijd arts.