April 2011 De Semslinie

De diverse grensconflicten tussen de boeren van de Onstweddermarke en de van de Valthermarke in 1611, met daarbij gevechten op leven en dood en inbeslagname van Valther vee lijken voor de stadhouder van de drie noordelijke provincies, graaf Willem Lodewijk van Nassau, de aanleiding te zijn geweest om een definitief einde te maken aan het geharrewar rond de grenzen tussen (toen nog) Drente en Groningen.

 

Bruin goud

Nu de turf het bruine goud was geworden, leidde dat steeds weer tot conflicten tussen Groninger en Drentse marken. Voor ons gebied betrof het vooral de weidegronden rond het veenriviertje de Mussel-A, nabij de Schaapsberg (tegenwoordig Zandberg) en dus niet zozeer het veenmoeras. De weidegronden waren van grote waarde voor de marken; een duidelijke grensscheiding was dan ook dringend gewenst. De grens in het onland tussen het Zuidlaardermeer en het klooster Ter Apel moest voor eens en voor altijd worden vastgesteld.

Stenen waaraan letterlijk niet kon worden getornd, moesten de afbakening vormen. Een bekwame landmeter als de Fries Johan Sems zou in staat moeten zijn de grens door het onland voortreffelijk in kaart te brengen. Sems had in binnen- en buitenland naam gemaakt en was in 1602 benoemd tot ‘Geometer bij den Hove van Vriesland’. Hem werd de delicate begrenzing toevertrouwd en de landmeter De la Haye stond hem hierbij terzijde.

 

Meetinstrumenten

Met meetkettingen, roedestokken, passers en andere meetinstrumenten trokken zij de lijn die bekend zou worden als de Semslinie. In het najaar van 1615 was de uittekening van de grenslijn voltooid, maar die zou al weer spoedig een lijn des aanstoots worden. Al enkele dagen nadat Sems en De la Haye hun opdracht hadden voltooid, vernielden Onstwedder boeren de grensbakens nabij de Schaapsberg. Nog in diezelfde herfst verordonneerde de stadhouder een nieuwe opmeting en nu schetste Sems naast zijn eerste grenslijn met stippellijnen ook de aanspraken van de Westerwolders.

Het werd een slepende kwestie die pas in 1632 werd opgelost. In 1644 werd een voorlopige grens tussen Valthe en Ter Apel bepaald. In het kerspel Oderen (Odoorn) werd daarna de strijdbijl rond de grenskwestie enige tijd begraven. De Semslinie bleef echter omstreden en het onderlinge wantrouwen tussen de Groningers en de Drenten bleef.

 

Stads-kanaal

In 1757 werd de grens tussen Groningen en Drente opnieuw afgebakend. Al het getwist heeft er echter niet voor kunnen zorgen dat de Semslinie werd gewijzigd; hij bleef grotendeels hetzelfde. Rond 1760 ging het gerucht dat de stad Groningen plannen had om door middel vaneen ‘stads-kanaal’ de zuidelijke Groninger venen te ontsluiten. Het bestuur van het Landschap Drente was terecht bang dat het door de afvoer van de Drentse turf via Groninger wateren veel tolgeld zou mislopen. Dat was ook de reden waarom het landschapsbestuur dwarslag toen de Oost-Drentse marken en veengenoten met de stad Groningen wilden gaan onderhandelen.

In 1784 kregen de veengenoten eindelijk toestemming van het landschapsbestuur om met de stad Groningen een overeenkomst over de turfafvoer te sluiten. Omdat de grens tussen Drente en Groningen echter nog steeds niet definitief en naar tevredenheid van alle partijen was geregeld, duurde het geruime tijd voordat aan de onderhandelingstafel resultaten werden geboekt.

 

Willem I

Pas in 1800 leidden de jarenlange gesprekken tot het eerste convenant. Hiermee werd echter nog geen definitieve grensscheiding geregeld, maar al wel vastgelegd dat Drentse ‘monden’ naar het Stadskanaal-in-aanleg zouden worden gegraven. Ook nu bleven er echter twisten ontstaan. Ook een convenant uit 1804 werd niet uitgevoerd. De strubbelingen tussen de Drenten en het stadsbestuur van Groningen bleven voortduren. Pas nadat in 1815 de Fransen uit Nederland waren verdreven, het land een koninkrijk en Willem I de nieuwe koning werd (en bovendien Drente een volwaardige provincie), werden er spijkers met koppen geslagen.

De nieuwe koning was, zeker in zijn beginperiode, een daadkrachtige bewindvoerder die op allerlei manieren trachtte de vaderlandse economie nieuwe impulsen te geven. Willem I wilde tevens de vervening voorspoediger laten verlopen en dat kon het beste door erop aan te dringen dat de grens tussen Drente en Groningen zo snel mogelijk werd vastgesteld.

 

Conflict opgelost

Een tweetal Koninklijke Besluiten, meteen al in 1815, maakten de weg vrij voor het convenant dat op 17 mei 1817 werd gesloten en ook direct in werking trad. En bij wet van 5 december 1817 werd dan tevens de definitieve grens tussen Groningen en Drente geregeld. Tussen Westerwolde en de veenmarken van Drouwen en Buinen bleef de grens onveranderd en werd de Semslinie gevolgd, een rechte lijn. Bij de veenmarken Exloo en Valthe, ter hoogte van het latere Musselkanaal, maakte de grens een lichte knik; dit stuk kreeg, naar Willem I, de naam Koningsraai. De marken Exloo en Valthe verloren hierdoor enig grondgebied, maar daar stond dan wel tegenover dat nu binnen afzienbare tijd daadwerkelijk met de vervening kon worden begonnen. Het zich eeuwen voortslepende grensconflict was toen dus echt definitief opgelost.

 

 

Jacob Westendorp