![]() |
Het was winter. De wereld lag stil en wit te schitteren in de weinige uren van het eindejaarslicht, het juiste decor van die feestelijke decemberdagen. In de diepe sneeuw reflecteerden minuscule ijskristalletjes de helderblauwe lucht als spiegelingen van de winterlichtjes in ons huis waar alles stemmig wit en zilver was versierd. En in de vollemaansnachten leek de wereld om ons heen mysterieus en helder aangelicht, een sfeer als in sprookjes van een andere planeet. Toen was er ook de maansverduistering die zich tussen de kale boomtakken voltrok boven de witte velden aan de voorkant.
Ik had een vreemde vogel in de tuin geplant, een voervogel, gemaakt van allerlei soorten vogelvoer in de vorm van een grote vogel met een helderrode snavel, bijna de enige kleur in de tuin. De vogels, die hier in groten getale in heggen en coniferen rond het huis wonen, moesten er eerst nog aan wennen; het leek op een groot gevaar dat zo tussen alle andere voederbakken was neergestreken. Maar uiteindelijk werden de pinda's, zaden en vetbollen met veel plezier aangevallen en na een maand was er van die vreemde vogel niet veel meer over dan die glanzende rode bek.
Intussen liepen ook Freek en Frits Fazant weer als slome duikelaars door de tuin te sjokken, zonder hun dames, want die dienen thuis te blijven. Zo gaat dat in een harem. En langs het water van de Doorsnee kwam een grote groep aalscholvers elke dag over het bevroren landschap staren, zwarte vormen tegen het wit. Het waren er minstens vijftien, teveel om hun namen te onthouden, maar ik vermoed dat ze 1, 2, 3 t/m 15 heten, dat lijkt me heel Chinees en in China heb ik heel veel aalscholvers gezien, dus logisch, toch?
Aan de andere kant van het veld zag ik dagelijks een groepje van vijf reeën op voedseltocht. Ik ben niet de beroerdste en help mijn mededieren graag, maar wist zo gauw niet te bedenken wat een ree wil eten in de winter. Eikeltjes misschien? Maar waar ik die zo gauw vandaan moest halen, wist ik niet en voor de aalscholvers dacht ik nog aan de gerookte zalm uit de koelkast, maar die hebben we uiteindelijk toch zelf maar opgegeten. Sorry. Toen kwam er ook nog op een avond een haas door de verlichte tuin gehipt en die zorgde nog voor de grootste opschudding, want dat hadden we hier niet eerder gezien. Dus voor Klaas de Haas legden we winterwortelen neer, want daar krijgen ze goede ogen van. Echt waar hoor; heb je ooit een haas met een brilletje gezien? Precies! Klaas zagen we niet meer, maar de winterwortels zijn wel verdwenen dus ik hoop er het beste van.
En nu is de winter voorbij. Oké, het vriest vannacht wel weer 8 graden, maar de sneeuw heeft plaatsgemaakt voor -klokjes en de vogels zijn enorm druk bezig met voorbereidingen voor een nieuw seizoen van liefde en gezinsuitbreiding en laag over de velden straaljageren vreemde vogels bulderend het voorjaar aan. Leve de lente!