![]() |
door Jacob Westendorp
De post
Ons veenkoloniale gebied viel rond 1850 wat de post betrof onder het ressort van het postkantoor in Stadskanaal. Brievengaarder Kok bezorgde onder meer in Musselkanaal, Horsten, Zandberg en de Kavelingen. In de loop van die jaren vijftig nam de bevolking explosief toe, als gevolg van het aan snee komen van de venen in de marken van Onstwedde, Exloo en Valthe. Daarmee nam ook het postverkeer toe en werd er in Zandberg (gemeente Onstwedde) een hulppostkantoor gevestigd.
Brievengaarder
In 1866 werd daar de heer A. Bontekoe als brievengaarder en besteller aangesteld. Dat gebeurde naar aanleiding van de vele klachten over de postbezorging van de weduwe van de toenmalige brievengaarder en haar kinderen. De functie van brievengaarder was tot dan toe geen volledige baan; men deed de postwerkzaamheden naast het feitelijke werk. Met de komst van de heer Bontekoe werd het echter een volledig dienstverband en liepen de klachten over de postbezorging sterk terug.
Het kantoor op de Zandberg werd in 1867 gesloten, omdat er toen aan de Marktstraat in Musselkanaal een nieuw hulppostkantoor gereed was gekomen. In 1912 kreeg Musselkanaal een volledig postkantoor, dat op de plek verrees waar nu appartementencomplex Het Posthuis staat, op de hoek van de Marktstraat en de Technicumstraat.
Tot 1893 werd hier in Valthermond, Zandberg, Valthermussel en Tweede Valthermond vanuit het hulppostkantoor in Musselkanaal eenmaal daags de post bezorgd. Tot in de jaren zeventig deed de heer Bontekoe, brievengaarder en kantoorhouder, het werk nog alleen, maar al gauw liepen er meerdere bestellers vanuit dat kantoor hier de post te bezorgen. Door de alsmaar toenemende bevolking besloten de posterijen, na meerdere verzoeken van de gemeente Odoorn hiertoe, een hulppostkantoor in de Valthermond te vestigen, met de heer J. Braakman als kantoorhouder.
Twee districten
Na het eerste jaar bij particulieren te zijn gehuisvest, bouwde Braakman in 1894 aan het Zuiderdiep, op het vooraf van boerplaats no. 29, een woning waarin tevens een kantoor werd gevestigd. Dit pand werd later bewoond door P. Niemeijer die er een assurantiekantoor annex spaarbank bestierde. In 1911 is dit kantoor verplaatst naar een pand aan het vooraf van boerplaats no. 26, huisnummer K 103. Dat is nu Zuiderdiep 436 en tegenwoordig bewoond door de familie R. Woering.
De verveningactiviteiten verplaatsten zich al meer naar het achterste deel van de Valthermond. Onderwijl was, zo rond 1905, een besteller aangesteld die aan het Zuiderdiep woonde, ter hoogte van boerplaats no. 78. Het achterste gedeelte van de Valthermond ressorteerde onder het hulppostkantoor van Odoorn. De scheiding van beide postdistricten lag bij boerplaats no. 41. De post bestemd voor achter in de mond en die vanaf Musselkanaal binnenkwam, werd door de heer Braakman uitgesorteerd en afgeleverd op het adres K 345 (nu Zuiderdiep 147). Van daaruit verspreidde de heer Koert Nijboer de post voor zijn gedeelte van de Valthermond. Enkele jaren later werd de gehele postbezorging van de Valthermond samengevoegd en viel ons postgebied volledig onder het postkantoor van Musselkanaal.
Wel beschikte de heer Nijboer vanaf 1919 over kantoorruimte in zijn pand, dat in 1937 werd verplaatst naar Zuiderdiep, boerplaats no. 75 (nu Zuiderdiep 169). Het hulppostkantoor vóór en het poststation achter in de Valthermond bleven tot 1956 in gebruik. Beide kantoren konden worden gesloten omdat er een nieuw, aan de eisen van de tijd voldoend postkantoor was gebouwd aan het Zuiderdiep, hoek Wilhelminalaan, dat op 20 december 1956 werd geopend. Valthermond heeft er tot 1994 een postkantoor gehad, waarna de bezorging geheel vanuit Emmen werd uitgevoerd. Wel kreeg men in de supermarkt van Hinderik van Klinken een postservicepunt.
Te paard
Hoe ging nu, in de eerste jaren na het aan snee komen van de Valthervenen, de postbezorging en -gaarding? De postgaarder deed de bestelling volgens overlevering te paard. Hij was bij wijze van herkenningsteken getooid met pet en koperen schild. Ook droeg hij een door het postbedrijf verstrekte leren posttas. Vanaf 1865 kwam het officiële uniform, tenminste voor degenen die vast aangesteld waren: kantoorhouders en brievengaarders. De bestellers moesten het met pet en schild doen.
De brievengaarder bezorgde de post tot in huis bij de arbeiders en aan de deur bij de gegoede burgerij. Niemand had toen nog een brievenbus, In arbeidersgezinnen was het ook nog eens heel normaal dat de postbesteller op verzoek het bezorgde poststuk voorlas. Veel veenarbeiders konden lezen noch schrijven. Moesten deze mensen zelf een brief versturen, dan ging men veelal naar de meester of de dominee.
Voordat de eerste officiële brievenbus in de Valthermond werd geplaatst, zo rond 1870, kon men de te verzenden post inleveren bij Hotel-café Oostingh (later Hotel Smit) dat bij de kavelingbrug aan het Noorderdiep stond. Veelal gaf men echter de brieven aan de besteller mee. Ook de benodigde frankeerzegels werden bij de postbesteller gekocht. De eerste postzegel dateert pas van 1852 en de frankeerkosten werden berekend naar de afstand: tot dertig mijl een vijfcentszegel, kleur blauw, van dertig tot honderd mijl een tiencentszegel, kleur rood, en boven de honderd mijl een vijftiencentszegel, kleur oranje.
De postwet van 1870 bracht uniforme tarieven; er gold toen voor elke brief binnen Nederland een tarief van vijf cent. Toen kwamen er eveneens postzegels met als afbeelding het hoofd van de koning. Die werden gedurende vele jaren ‘kopjes’ genoemd.
Telefoon
Begin twintigste eeuw bestond het postpersoneel in de Valthermond uit vier tot vijf personen: kantoorhouder J. Braakman – hij zou bijna dertig jaar kantoor houder zijn – en onder anderen de postbestellers A. Schaap, H. Steenbergen, K. Nijboer en A. Spieker. Die laatste zou in 1922 het kantoorhouderschap van de heer Braakman voortzetten.
De openingstijden van het postkantoor waren in die tijd van 8.30 tot 11.00 uur ’s ochtends, van 14.00 tot 15.00 uur ’s middags en van 17.30 tot 19.00 uur ’s avonds. Vanaf 1914 bevond zich in het postkantoor ook een spreekcel. Valthermond was dat jaar op het telefoonnet aangesloten. Men kon in het begin slechts één uur op bepaalde tijden bellen. Bij onweer mocht er echter niet worden gebeld, omdat dan de vonken uit het telefoontoestel konden slaan.
In datzelfde jaar werden hier ook de eerste vaste telefoonaansluitingen gerealiseerd. Dat waren: no. 1: Schuringa H., café, no. 2: Elting K., grossier, no. 3: Mantingh R., winkelier/vervener en no. 4: Bosch L., logementhouder/winkelier/vervener. Ook had de heer J. van den Berg van timmerfabriek V.I.O.S., vóór in de Kavelingen een telefoonaansluiting onder nummer 8, maar dat nummer was aangesloten op de centrale in Musselkanaal.
Hoogtepunt in de postbezorging was de nieuwjaarskaart. Die werden nog tot ver in de twintigste eeuw apart en enkel op nieuwjaarsdag rondgebracht; de kaarten werden speciaal hiervoor terzijde gelegd. Het bezorgen ervan was voor de postbesteller zeer aantrekkelijk, omdat hij vaak met een sigaar of met een cent werd beloond. En hoewel alcoholgebruik verboden was, werd er ook wel eens een glaasje achterover geslagen.
En dan hebben we ook nog de gerechtelijke post. Die werd oorspronkelijk niet door het postbedrijf bezorgd. Het was de taak van de politie of de veldwachter om het poststuk persoonlijk aan geadresseerde af te geven. In de loop van de twintigste eeuw kwam hier verandering in, omdat poststukken toen aangetekend konden worden verzonden en er zodoende zeker werd gesteld dat de geadresseerde het betreffende poststuk had ontvangen.