![]() |
door Jacob Westendorp
Het vorderen van kerkklokken en luidklokken van andere gebouwen en begraafplaatsen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog was slechts één van de vele maatregelen die bezetter nazi-Duitsland het Nederlandse volk oplegde. Het was een onderdeel van de metaalverordeningswet van 21 juli
Ook Valthermond
Vooral metalen als koper, nikkel, tin, zink, lood of legeringen daarvan waren zaken waaraan dringend behoefte was. Omdat luidklokken gegoten van brons – een legering van tachtig procent koper en twintig procent tin – vaak honderden kilo’s wogen en dus veel materiaal voor de oorlogsindustrie opleverden, waren deze klokken dan ook als eersten aan de beurt om te worden gevorderd.
Begin 1943 werd er in Drenthe begonnen met de verplichte inname van de via vordering verlangde luidklokken. Ook in de Valthermond werd in dat voorjaar de drie hier aanwezige luidklokken op hoger bevel het zwijgen opgelegd. Het betrof de luidklokken op de beide begraafplaatsen en de klok van de Vrijzinnig Hervomde kerk aan het Zuiderdiep, in de volksmond ‘kerk elf’, omdat de kerk op het vooraf van plaats no. 11 stond, en ter onderscheid met de Orthodox Hervormde kerk die in 1898 op het vooraf van plaats no. 44 aan het Zuiderdiep verrees. Wel kreeg Valthermond van de bezetter tijdelijk een andere klok toegewezen, dit als gevolg van de metaalverordeningswet van december 1942, die onder meer bepaalde dat in landelijke gemeenten voor alarmdoeleinden één klok mocht blijven hangen. Dat gold eveneens voor dorpen die te ver van de hoofdplaats van de gemeente lagen. Zodoende mocht men in Valthermond één klok behouden.
Dat niet een van de ter plaatse aanwezige klokken in de Valthermond bleef hangen, maar er een vervangende klok van elders werd teruggeplaatst, kwam doordat het gewicht van de Valthermondse klokken boven de ondergrens lag voor eventuele vrijstelling van inname. De vervangende klok mocht evenwel niet meer wegen dan honderd kilogram. Was een dergelijke klok niet binnen de gemeente aanwezig, dan mocht hij van elders komen.
Groningen
En zodoende kwam er in de loop van 1943 een klok die afkomstig was uit de Westerkerk in de stad Groningen, met een gewicht van tachtig kilo naar de Valthermond; de klok werd vooreerst op de begraafplaats Valthermond-West geplaatst, of, zoals algemeen werd gezegd: ‘op zestig’. Deze klok werd echter al spoedig naar de Vrijzinnig Hervormde kerk verplaatst. Dat zal waarschijnlijk zijn gebeurd omdat het geluid van het kleppen van de klok van boven uit de kerktoren veel verder droeg dan het geklep vanuit de klokkenstoel op de begraafplaats en dus door meer inwoners in het dorp kon worden waargenomen.
Er bestond een schadeloosstellingregeling, vastgesteld door het Departement van Handel, Nijverheid en Schaapvaart en uitgevoerd door het Rijksbureau voor Non-ferro metalen. De vergoeding bedroeg 75 cent per kilo materiaal. Dat was natuurlijk absoluut niet voldoende om later een nieuwe klok te kunnen laten gieten. In die tijd zouden de kosten van een nieuw te gieten klok zeker viermaal zo hoog zijn uitgevallen en in de jaren na de oorlog zouden die kosten nog flink stijgen.
De ingevorderde klokken gingen vooreerst op transport naar een centraal inzamelingspunt in Hoogeveen. Daar werden ze geregistreerd op afmeting, gewicht, gieter, jaartal, opschrift en eventueel aanwezige ornamenten. Wanneer de klokken later naar de smelterijen in Duitsland werden afgevoerd, behield met toch een volledige documentatie van de ingenomen stukken.
Vanuit Hoogeveen gingen de klokken al spoedig per schip via Groningen en Delfzijl op transport naar de smelterijen in Hamburg en het nabijgelegen Wilhelmsburg. Daar zouden ze worden omgesmolten. De zware bombardementen die de geallieerden vanaf halverwege 1943 op de Hamburgse smelterijen uitvoerden, hadden tot gevolg dat het smeltproces flink vertraagde en in 1944 zelfs geheel moest worden stopgezet. De smelterijen waren toen door de aanhoudende bombardementen volledig verwoest. Dus bleven de aangevoerde klokken tot na het einde van de Tweede Wereldoorlog onverwerkt op de opslagterreinen liggen.
Terugkeer
Tot de niet versmolten klokken in Hamburg behoorde ook de klok die van de begraafplaats Valthermond-Oost was gevorderd. Die klok keerde in februari 1946 terug naar zijn oorspronkelijke plaats op de dodenakker voor in de Valthermond. De beide andere klokken zijn niet meer getraceerd, wat betekent dat ze vrijwel zeker zijn versmolten. De tijdens de laatste jaren van de oorlog in kerk no. 11 geplaatste klok ging uiteraard weer terug naar de Westerkerk in Groningen, waardoor de kerk hier het een aantal jaren zonder luidklok moest doen. De kerkgemeente van de Vrijzinnig Hervormde kerk was pas in 1957 financieel in staat om een nieuwe klok te laten gieten. Ook de begraafplaats in Valthermond-West moest het vooreerst zonder luidklok stellen, maar die begraafplaats kreeg in de jaren vijftig de klok die op de dodenakker Valthermond-Oost hing. Dat gebeurde omdat de klokkenstoel daar in zo’n slechte toestand verkeerde dat luiden niet meer verantwoord was. In de jaren zestig werd op de begraafplaats aan de Valtherdijk een nieuwe klokkenstoel met luidklok geplaatst.
Welke luidklokken hingen er nu vóór de Tweede Wereldoorlog in de Valthermond? Op de begraafplaats Oost was in 1921 door de gemeente een klokkenstoel met een gebruikte klok geplaatst. Die was in 1591 door de Utrechtse klokkengieter Thomas Both gegoten en woog 167 kilo. Op de begraafplaats West, in gebruik genomen in 1924, hing in een klokkenstoel op het lijkenhuisje een in 1925 nieuw gegoten klok van 197 kilo die door klokkengieterij A.H. van Bergen in Heiligerlee was geleverd. En in de toren van de Vrijzinnig Hervormde kerk no. 11 hing een klok van 272 kilo, eveneens gegoten bij A.H. van Bergen; toren en klok van dit kerkje zijn in 1925 door de familie J. Hadders Hzn. geschonken.

Gevallen klok
De klok van Both, die eerst op de begraafplaats Valthermond-Oost hing en die in de jaren vijftig naar de begraafplaats aan de Vrijheidslaan verhuisde, hangt tegenwoordig in de in 1996 nieuw gebouwde Orthodox Hervormde kerk ‘De Hoeksteen’ aan het Zuiderdiep, op voorafplaats no. 44. Wat is er gebeurd, dat daar tegenwoordig de klok hangt? Wel, tijdens een begrafenis omstreeks 1980 viel de klok tijdens het verluiden van de overledene naar beneden. Nadat de klok enige tijd hier ter plaatse in opslag te zijn geweest, haalde de gemeente hem op en deed hem zelf in opslag, totdat er in de tweede helft van de jaren negentig in Valthermond een geschikte locatie voor herplaatsing van de klok beschikbaar kwam. Zo kreeg deze nieuwe kerk een meer dan vier eeuwen oude klok.