Dubbelklik hier om de afbeelding te veranderen
Maart 2010 School (I)

 

 

De eerste school in het veengebied van de Valthermarke stond op de Zandberg; die zou begin jaren twintig van de negentiende eeuw zijn gesticht. De Zandberg en omgeving werd in die tijd bevolkt door een kolonie van hoofdzakelijk Duitse boerenfamilies die zich hier in het veengebied voornamelijk bezighielden met de verbouw van boekweit op het bovenveen. Rond de jaren twintig begonnen de bewoners zelf bij de winterdag – de periode tussen Sint Maarten en Pasen – enig onderricht te geven. Dat gebeurde in een tochtige schuur van een van de bewoners, waar de kinderen, op enkele houten banken gezeten, de grondbeginselen van rekenen en taal werd bijgebracht. Zoals u zult begrijpen, was dit onderricht in hun eigen landstaal, het Duits.

 

Bijschool

Hoewel de markegenoten van Valthe er vooreerst van uitgingen dat de Duitse huurders van hun gronden hier tijdelijk zouden verblijven, werd het hun geleidelijk toch wel duidelijk dat hun verblijf wel eens langdurig van aard zou kunnen zijn. De markegenoten drongen dan ook spoedig bij het gemeentebestuur van Odoorn aan op een onderwijsvoorziening op de Zandberg. Ongeveer halverwege de jaren twintig honoreerde de gemeente dit verzoek en liet daar een houten lokaal bouwen, als bijschool van de school in Valthe. Dit eenvoudige en primitieve gebouwtje was echter na zo’n tien jaar volledig uitgeleefd. In 1836 kon met subsidie van de provincie een nieuw en doelmatig, wederom eenlokalig schooltje worden neergezet. Deze school was evenals het eerste lokaaltje een winterbijschool. Begin jaren veertig werd die, op veelvuldig aandringen van de bevolking, een vaste bijschool, zodat er ook ’s zomers les werd gegeven.

Door de op gang gekomen vervening van het Valtherveenmoeras in de jaren vijftig groeide de bevolking van het aan snee gekomen Valthermond snel. De school op de Zandberg raakte overbevolkt; ze kon de toestroom van nieuwe leerlingen onmogelijk opvangen. In 1863 deed het bestuur van de Valthermarke, na een verzoek van de gemeente, een gedeelte van vooraf boerplaats no. 2, aan het Noorderdiep gelegen, in erfpacht over aan de gemeente. Het veen van dat perceel was nog niet vergraven, zodat er met het bouwen van een school moest worden gewacht. In de tweede helft van 1866 kon met de bouw worden begonnen.

 

Gesloten

Ook deze school werd weer een eenlokalig gebouw, maar wel een stuk groter dan het schoolgebouw op de Zandberg. De school, die rietgedekt was, werd in 1867 in gebruik genomen. Ook werd er naast de school een meesterswoning gebouwd. Als hoofd van de school werd de heer Van Zanten benoemd. Deze bleef tot 1870 aan de school verbonden. De reden van zijn vertrek is niet bekend, maar wel kwam de school dus tijdelijk zonder hoofdonderwijzer te zitten. Dat viel net in de periode dat de school op de Zandberg door de gemeente werd gesloten. Nadat de nieuwe school in Valthermond gereed was gekomen, was het leerlingental van de school op de Zandberg sterk teruggelopen. Bovendien voldeed het gebouw niet meer aan de eisen van doelmatig gebruik. Daarom besloot het gemeentebestuur in 1870 de school daar te sluiten, mede omdat volgens de gemeente de afstand Zandberg-Valthermond best te belopen was.

De school op de Zandberg was dus gesloten en de meester ontslagen. Omdat de positie van schoolmeester in Valthermond vacant was, zou het logisch zijn geweest als de onderwijzer van de Zandberg, de heer Sanders, naar de Valthermond werd overgeplaatst. De gemeente had evenwel besloten een andere onderwijzer aan te stellen en had voor deze functie al de heer Heyt uit Norg benoemd. Zeer waarschijnlijk heeft de katholieke levensovertuiging Sanders’ benoeming in de Valthermond in de weg gestaan. Maar wat de reden ook was, hij was het er totaal niet mee eens. Hij ‘kraakte’ – zoals we dat nu zouden noemen – de meesterswoning in Valthermond en begon met lesgeven aan de school. Toen na een aantal weken de heer Heyt arriveerde, werd Sanders met zijn gezin gedwongen de woning te verlaten en het onderwijs te staken.

 

Tweede onderwijzer

Ook deze eenlokalige – zij het grote – school bleek al snel te klein. Al in 1875 werd een verzoek van de ingezetenen aan de gemeenteraad gericht om een tweede onderwijzer aan te stellen, omdat er ’s zomers een honderdtal en in de winter zo’n 160 kinderen de school bezochten. Die aantallen zijn voor één onderwijzer natuurlijk veel te groot. De tweede onderwijzer kwam er inderdaad en niet veel later zelfs een derde leerkracht. Of het er allemaal veel beter op werd, is nog maar de vraag, met drie leerkrachten in één lokaal. Ook de smalle zevenpersoonsbanken kwamen dichter op elkaar te staan en tien leerlingen in een bank was eerder regel dan uitzondering.

Uitbreiding van de school kon dan ook niet uitblijven en zo werd er rond 1880 een tweede lokaal bij gebouwd. Uiteraard bood dat wel enige verlichting, maar het bleef behelpen. In de jaren negentig van de negentiende eeuw werd zelfs het turfhok – waarin zich ook een arrestantencel bevond! – als lokaaltje afgetimmerd. De gemeente zag uiteraard ook wel dat de situatie vrijwel onhoudbaar was. Begin jaren tachtig waren er al plannen voor een nieuwe school ontwikkeld, die aan alle eisen die in die tijd werden gesteld zou kunnen voldoen. De gemeente was echter armlastig en ook op andere plaatsen in de gemeentelijke veendorpen bestond een schreeuwende behoefte aan onderwijsvoorzieningen. Het duurde nog vele jaren voordat ook het financiële plaatje rond was en de nieuwe school kon worden gebouwd.

 

Nieuwe eeuw

In 1899 kon op plaats no. 1, naast de bestaande school, eindelijk een nieuwe, moderne school worden gebouwd. Het gebouw met vier ruime lokalen die voldoende lichtinval hadden, werd in gebruik genomen. Ook een nieuwe, royale onderwijzerswoning voor het hoofd der school hoorde hierbij. Een jaar daarna, in 1900, werd de leerplichtwet van kracht. Een nieuwe eeuw, een nieuwe onderwijswet en een nieuwe school: dat viel prachtig samen. Deze school, in de volksmond altijd ‘School I’ genoemd, heeft zestig jaar dienst gedaan voor de kinderen voor uit de Valthermond. In 1959 verhuisde men naar een nieuwe school aan de landzijde van de bocht Kavelingen-Zuiderdiep en kreeg de school da naam ‘School Oost’.

 

Jacob Westendorp