![]() |
In de ontdekkingsreis naar al wat Valthermond is, haar wel en wee, haar ins en outs, haar geschiedenis, heden en toekomst, ben ik uiteraard ook heel nieuwsgierig naar haar bewoners. Want hoe zit het nou met de Valthermondse bevolking, die, als ik het goed begrijp, Valthermondjes heten, alsof zij allen piepklein zijn, maar dat is niet waar, want ik heb al heel wat grote exemplaren ontmoet. Dus ik vermoed hier een bepaald soort verschattiging, als in: wij wonen in Valthermond, wat zijn we toch een schatjes, hè? Voor mij gaat dat in elk geval wel op; ik ben echt een schatje, maar helaas geïmporteerd uit het westen en daarmee een Westerling.
Ooit vertelde iemand dat de Valthermondse bevolking al voor 60 procent uit Westerlingen bestaat die hier zijn komen drentenieren. Ook al zo’n mooi woord. Ik wou dat het waar was, maar in mijn huis wonen uitsluitend werkende mensen die wel iets met rente doen, maar dan aan de betalende kant, en dat lijkt niet op drentenieren. Ik voel me meer een drentelever dan een drentenier, als je me nog kunt volgen.
Het valt wellicht wel mee met die 60 procent en ik heb de indruk dat er hier nog altijd meer mensen zijn die er al generaties wonen dan immigranten uit de lage landen bij de zee. Ik ken in elk geval al honderden bewoners die zich hier al heel lang thuis lijken te voelen en in de stamboom te herleiden zijn tot een oervader en -moeder: Alfred en Alie.
Alfred was een harde werker die door bevolkingsdruk en weinig mogelijkheden op enig moment zijn boeltje pakte en verderop verhuisd is. In deze streken aangekomen, ontmoette hij Alie, een wat stugge, maar zeer vruchtbare vrouw en samen kregen zij 17 kinderen. Een sterke combinatie, zo bleek, want al hun kinderen brachten ook grote nesten voort en zo bestaat die familie tegenwoordig uit honderden leden, allemaal hier in Valthermond. En ze werken allemaal in de bouw. Een aantal van hen ken ik persoonlijk. Rupert en Dora wonen hier vlak naast met hun kinderen, en ze werken hard. Dora is meestal thuis, waar ze voor de kleintjes en het huis zorgt. En Rupert is meestal aan het werk, met zijn oudste zonen Dirk en Douwe. Ze zijn tunnelbouwers. Zwaar werk waar ook flink wat geologische kennis bij komt kijken, want de boel mag natuurlijk niet instorten, dus het werk is niet alleen zwaar, maar ook heel precies. Ondanks de lange werkdagen heeft Rupert klaarblijkelijk nog tijd en puf genoeg om Dora te beminnen, want die is voortdurend zwanger of net in ’t kraambed.
Ik heb een hekel aan die lui. Het spijt me dit te moeten zeggen over echte Valthermondjes, maar het liefst liet ik ze door de immigratiedienst oppikken en buiten de landsgrenzen smijten. Want ze graven mijn hele tuin aan gort en de luchtschachten van hun tunnels hebben het gras volkomen verknald, zoals de rest van hun grote familie ook doet in andere delen van het dorp. En al woon ik hier nog geen vier jaar en ben ik dan import, deze buurtbewoners moeten weg.
Ik ben van mezelf al mollig genoeg.