![]() |
door Jacob Westendorp
In het Bijbelse verhaal bezochten drie koningen de geboorteplaats van Jezus. Echter: er was eveneens een vierde koning bij. Wat daar in de stal in Bethlehem gebeurde, hoe belangrijk en indrukwekkend ook, is helaas in geen enkel boek beschreven. Het is niettemin van zo’n grote betekenis dat ik het jullie graag wil vertellen.
De vierde koning, de veenkoning Turvan, was de heerser van het grote Boertangerveenmoeras. Zijn rijk strekte zich uit van de Eems tot de Hondsrug en liep vanaf de Waddenzee tot Coevorden. Toen deze koning eens op een vrije zomerse middag in de Mussel-A zat te vissen, verscheen hem een engel. En hoewel de koning een machtig en onverschrokken man was, sloeg de schrik hem toch om het hart. Doch de engel zeide: ‘Weest niet bevreesd, koning Turvan, want ik kom u berichten dat God, de schepper van hemel en aarde, zijn zoon op aarde wedergeboren laat worden, in het land Gods, in Juda. Ga daarom nu op reis om de afgezant Gods, de koning der Joden, eer te bewijzen.’ Hoewel de koning eerst nog wilde tegensputteren, begreep hij dat, als de Allerhoogste hem iets vroeg, hij niet kon weigeren. Het was een heel grote eer dat de Hemelse Vader hem de gelegenheid bood om diens zoon te aanschouwen en hem te eren. Koning Turvan beloofde de engel dat hij zich reisvaardig zou maken en zich naar het land van Abraham, Isaac en Jacob zou begeven. De engel gaf daarop de koning aanwijzingen hoe hij moest reizen om op het juiste tijdstip aan te komen. Na Rome zou de engel wederom aan de koning verschijnen om hem de verdere weg van zijn reis uit te duiden.
Koning Turvan gaf zijn onderkoning Bolster aanwijzingen hoe te handelen tijdens majesteits afwezigheid, die wel eens enkele jaren zou kunnen duren. Enkele onderdanen kregen de opdracht om een aantal tassen met voedsel op ’s konings paard Stobbe vast te gespen en daar bovenop het geschenk, zoveel als Stobbe kon dragen, goed aangesjord vast te zetten. En zo ging dan koning Turvan, uitbundig uitgewuifd door zijn volk, op reis naar het land van Juda.
Na Rome te zijn gepasseerd – we zijn dan al ruim een half jaar verder in de tijd – verscheen wederom, zoals beloofd, de engel aan de koning. Hij vertelde de vorst dat er ook drie andere koningen op weg waren om de koning der Joden te eren en de veenkoning kreeg wederom aanwijzingen betreffende het reisschema. Allereerst diende zijne majesteit door te reizen naar Derbe, in het land der Galaten gelegen (het huidige Turkije). Daar zou Turvan dan de drie andere koningen ontmoeten en zouden de vorsten gezamenlijk verder reizen naar de geboorteplaats van het Christuskind; een ster zou hen op hun verdere reis als gids de plaats wijzen. Zo legden de vier koningen dan gezamenlijk het laatste deel van hun verre reis af, waarbij de ster hen voorging totdat hij stil kwam te staan boven de plaats waar Gods zoon was geboren.
Toen de koningen de geboorteplaats zagen, een stal achter een herberg, keken ze elkaar bevreemd aan. Was dit nu de geboorteplaats van de zoon van de Almachtige? Doch de ster liet geen twijfel en dus trad het viertal – hoewel aarzelend – toch blijmoedig de armoedige en koude stal binnen. Daar zagen ze Jozef en Maria met in een kribbe tussen hen in het kindje Jezus waarover de engel hen had verteld.
De vier koningen knielden daarop deemoedig neder en bewezen het kindje hun hulde. Toen pakten allereerst de drie andere koningen hun geschenken uit en boden Jozef en Maria de dure cadeaus aan. De eerste koning gaf mirre. De tweede koning schonk wierook. De derde koning opende een flinke zak met goud. Koning Turvan, de vierde vorst, stond onderwijl wat bedremmeld naar de dure geschenken te kijken; kon hij nu nog wel aankomen met zijn geschenk voor het kindeke? Maar toen hij merkte hoe koud het in de stal was, toog koning Turvan snel naar zijn paardje Stobbe om het van zijn grote geschenk te bevrijden. Zeven maal moest de koning heen en terug lopen om zijn geschenk binnen te brengen, waar hij het in een hoek opstapelde. Een klein deel deponeerde Turvan echter nabij de kribbe, maakte toen vuur en stak het daar neergelegde aan. Alle aanwezigen in de stal bezagen de heerser van het Boertanger veenmoeras nadenkend: wat gebeurde hier? Al gauw brandde de bruine massa volop en gaf het een heerlijke warmte. Het geschenk voor het Christuskind was steekturf, afkomstig uit het rijk van koning Turvan. Het zou het kindje Jezus de eerste maanden flink warmte schenken, waardoor het voorspoedig en zonder ziekte mocht opgroeien. Jozef en Maria waren zeer dankbaar voor alle geschenken, maar waardeerden de steekturf het allermeest. Want wat betekenen mirre, wierook en goud als warmte ontbreekt?
Hij rijk van koning Turvan bestaat helaas niet meer. Het is vanaf de zestiende eeuw schop voor schop vergraven en tot turf gemaakt. Zodat ook de mensen in het landje aan de Noordzeekust eeuwenlang warmte konden ontvangen uit het Boertangerveenmoeras.