Dubbelklik hier om de afbeelding te veranderen
Oktober 2009 René & Bea Lagerwey:

Re

Reeën in de vijver

 

Ze zitten er sinds het begin van dit jaar. De locatie is vertrouwd: de forellenvisvijver aan het Zuiderdiep. Maar de vorige ondernemer is verdwenen en de nieuwe mensen willen een frisse wind door de vijvers laten waaien. Er is met hen meteen een pedicure bij gekomen. Kortom: René en Bea Lagerwey zijn met frisse moed aan een avontuur in Valthermond begonnen. Hoe een hobby een beroep werd.

Ze komen uit Woerden en hadden voordien nog nooit van Valthermond gehoord. Waarom dan toch naar deze streken geëmigreerd? René: ‘Mijn werk werd me een beetje te zwaar. Ik houd dat niet tot m’n 65ste vol. Ik zat in de bouw, in de voorbereiding. Je moest door de klei en de nattigheid, maakte lange dagen. Nooit acht uur, eerder twaalf. Soms was het werk pas na drie dagen klaar voordat je naar huis kon.’ Bea zat in de verzekeringen in Zeist.

 

Om de tafel

Ze zijn thuis om de tafel gaan zitten en hebben gezegd: ‘Wat willen we?’ Allebei wilden ze in elk geval vanuit huis gaan werken, maar welk werk dan? Een forellenvijver, wist René. ‘Ik viste vaak in forellenvijvers, het was en is nog steeds m’n hobby. Een eigen forellenvijver hebben, dat was het dus. We zijn op zoek gegaan naar een boerderij met een hoop grond erbij. Daar zou ik dan de vijver zelf gaan uitgraven, als dat mocht van de gemeente. We zijn gaan rondkijken, maar niet in onze omgeving, want daar was de grond niet te betalen. Duizend euro per vierkante meter kan ik onmogelijk opbrengen.’

Ze kwamen in Odoornerveen terecht en gingen met de gemeente praten. Men werkte daar erg mee, maar ze zeiden wel: je zit hier in Drenthe met claimschade en bovendien in een vogeltjesgebied en een agrarisch gebied. Uiteindelijk nam de beslissing zoveel tijd in beslag dat de zaak afketste. ‘Toen zag ik deze locatie in Valthermond te koop staan. Donderdag heb ik gebeld, de volgende avond hadden we een afspraak en de maandag erop heb ik het gekocht.’

 

Uitgelezen plekje

Ze waren niet speciaal van plan om in Drenthe te gaan zitten, maar wel ergens waar niet al te veel forellenvijvers in de buurt zijn. In de omgeving is er maar één, in Ter Apel. Dus was dit een uitgelezen plekje. Alleen bleek dat het onder de vorige eigenaar een soort café was geworden en bovendien nogal verwaarloosd. ‘Het was kapot, verrot of het deugde niet’, vertelt René. ‘Je zakte soms door de vloer heen. Leidingen bleken niet goed gemaakt, het bleek te lekken, allerlei ellende. Afspraken die we mondeling hadden gemaakt, werden niet nagekomen. Grasmaaiers die we zouden overnemen, nou, die waren intussen gewoon verkocht. Alles wat kon worden verkocht, was weg toen we hier kwamen.’

Ze hebben er een hoop werk aan gehad en het heeft heel veel geld gekost. ‘De buffer die we hadden, om de eerste periode te overbruggen, was al gauw verdwenen, dus we zaten even nogal krap’, zegt Bea. Maar de Forelvijver van Berlage draait inmiddels. Het was in het begin erg spannend. Of er wel genoeg mensen zouden komen. René: ‘De zaak had een slechte naam en mensen willen natuurlijk eerst de kat uit de boom kijken. Dan vragen ze of de vorige eigenaar er nog in zit, want diens naam staat nog steeds op internet, dus als mensen op Valthermond gaan zoeken, tja, dan vinden ze die naam nog.’

 

Hobby werd beroep

‘Maar dat komt vanzelf goed, het heeft z’n tijd nodig. Twee jaar, schat ik. En het is hartstikke leuk werk. Ik heb van m’n hobby m’n beroep gemaakt.’ Toen de oude klanten er eenmaal achter waren dat de forellenvijver in Valthermond weer open was, waren ze natuurlijk nieuwsgierig en kwamen ze kijken. René: ‘Verder hebben we flyers rondgebracht, hier en daar posters opgehangen, vooral ook op campings hier in de buurt en in die documentatiestands die altijd in hotellobby’s staan. En dan heb je natuurlijk internet. Er is een site voor Nederland, België en Duitsland, Trout Fishing Networks, via www.vissenopforel.nl en daar kun je alles vinden over forelvissen en de visvijvers in die landen. Deze doelgroep werkt vooral van mond tot mond. Je kunt op de site ook met andere vissers communiceren, dingen vragen, verschillende locaties beoordelen en zo. Dan spreken ze met elkaar af om hier of daar een keer te gaan vissen.’ Het hoogseizoen loopt van mei tot ongeveer september; er zijn dan veel vakantiegasten. René: ‘Vanggarantie kunnen we natuurlijk niet geven, maar iedereen gaat toch wel met een visje naar huis. Vrijdag kon er nog iemand zestien stuks meenemen. De mensen kunnen ook kijken wat voor vis erin gaat. Dat doe ik altijd: ik zet de vis uit bij de mensen in de buurt, zodat ze het kunnen zien.’

 

Druk bestaan

Het is een druk bestaan: de vijvers en het terrein onderhouden, roken en verkopen van vis, de kantine beheren en dan heeft Bea nog haar pedicurepraktijk Het Voetje. ‘Op drukke dagen is het ook eigenlijk niet te doen voor jou alleen,’ zegt Bea. ‘Ik werk nu nog twee dagen in de week in Zeist, maar daar kap ik over twee maanden mee. Het bedrijf verhuist naar Apeldoorn en dat was te ver om heen en weer te reizen. Ik ben voor pedicure gaan studeren. Dat kun je vanuit elke plaats doen, want overal hebben mensen zere voeten. Maar het is niet de bedoeling dat ik dat zeven dagen per week ga doen. Ons hoofdding is de vijver.’ René: ‘Mei, juni, juli en augustus zijn de drukste maanden. We zijn op maandag, woensdag en vrijdag tot half tien open, de rest van de week gaan we om vijf uur dicht. En dan heb ik het druk met onderhoud. Ik doe m’n best om de vijvers zo koel en zo schoon mogelijk te houden. Maar ook moet je het gras maaien, de kanten schoonmaken, nieuwe zakken in de prullenbakken doen, vis roken, de kantine bijhouden. En de aalscholvers wegjagen. Die komen met een hele club aanvliegen, ze pikken allemaal twee, drie visjes en dan is er dus zo’n achttien kilo weg. En je mag ze niet afschieten, want ze zijn beschermd. Elke dag komen ze, ’s ochtends en ’s avonds. Maar buiten de drukke periode kan ik het gemakkelijk alleen af en kan Bea zich met de pedicurepraktijk bezig houden.’

 

Veel dieren

Ondanks de aalscholvers vinden ze het fantastisch in Drenthe. Een mooi land, veel natuur en zo rustig. Rene: ‘Je ziet zoveel dieren. Fazanten lopen hier rond, soms zwemmen er reeën in de vijver en van de zomer dook er zelfs een visarend in de vijver en vloog met een vis in z’n poten weg. Dat is geweldig. En het zijn heel hartelijke mensen hier. In de buurt waar wij vandaan komen, kijken ze je op straat nog niet aan. Hier wordt meteen gegroet. Ze komen de post brengen, ze komen je helpen met spulletjes, zo van: ach, dat heb ik wel even voor je. Dat zijn we in het midden van het land niet gewend.’

Of ze het hier niet té stil vinden? Ze kijken elkaar aan. Dan lacht Bea: ‘We hebben gewoon geen tijd om het stil te vinden…’