![]() |
Er valt veel te zeggen over sport. In het algemeen is onze indruk van sport een gezonde. De ideale man of vrouw wordt vaak afgebeeld als atleet: goed gespierd en niet te dun of te dik. Daarmee worden wel twee soorten mensen gediskwalificeerd: de pycnische en de leptosome. Pycnisch staat voor dik en fors, leptosoom staat voor dun en pezig.
Toch onderscheiden deze soorten mensen zich ook weer in takken van sport, die kenmerkend zijn voor hun lichamelijke eigenschappen. Veel hoger kan je ster in een land als Japan niet stijgen, wanneer je tot de beste sumo-worstelaar gekroond wordt. Wil je echter de Grand Prix Formule 1 winnen, dan maak je als sumo-worstelaar weinig kans en ben je meer gezegend met een leptosome bouw. Wat een een sumo-worstelaar is in Japan is een marathonloper in centraal-Afrika. De atletisch gebouwde sporter kijkt met lede ogen toe langs de zijlijn en maakt in deze categorie geen kans op medailles. In feite is sport dus voor iedereen geschikt en zijn ook niet-atletisch gebouwde mensen in staat om hun palmares te verdienen. Het is dus een kwestie van kijken wat het best bij je past.
Is onze indruk dat sport gezond is wel juist? Wanneer we naar de negatieve gevolgen van sport kijken, liegen de cijfers niet: de kosten in de gezondheidszorg worden voor een aanzienlijk deel gemaakt door blessureleed, waarbij het arbeidsverzuim nog niet eens is meegerekend. Er zijn al geluiden te horen van werkgevers die hun personeel verbieden bepaalde sporten te beoefenen wegens de kans op verzuim als gevolg van blessures. Veel huisartsen zien op tegen weekenddiensten op de doktersposten, gezien de lengte van de wekelijkse karavaan aan dikke enkels, gescheurde kruisbanden, gebroken sleutelbenen en losgeslagen tanden, die aan hen voorbij trekt.
Hebben we ons daarbij wel eens afgevraagd, wat de gemiddelde levensverwachting is van onze sumo-worstelaar? Viel de eerste marathonloper niet dood neer nadat hij zijn ruim 42 kilometers had gelopen? Is een land niet gedeeltelijk in rouw wanneer een bekende voetballer dood in elkaar zakt op de grasmat?
Nee, dit is geen pleidooi tegen sport; natuurlijk heeft het zijn gezonde kanten.
Ooit is eens uitgerekend wat het verschil in leeftijd is waarop een sporter en een niet-sporter komen te overlijden. De sporter houdt het langer vol. De winst die de sporter boekt, is ongeveer net zoveel als de tijd, die hij in het sporten heeft gestoken.
Stel dat je alle sporturen in een mensenleven bij elkaar optelt en gedurende je hele leven twee jaar aan sport hebt besteed, dan word je bijvoorbeeld geen 80 maar 82.
Een goed argument voor mensen die een hekel hebben aan sporten, om dus vooral niet te sporten.
Toch is het belang om te sporten groot. De overheid heeft in de gezondheidszorg een nieuwe speerpunt: bewegen. Gezien de dreiging van een epidemie die overgewicht heet, is men zich ervan bewust dat de individuele verbranding omhoog moet en is
men in den Haag niet beducht voor een toename van de uitstoot van zweetlucht.