![]() |
door Jacob Westendorp
In vroeger eeuwen behoorden, naast de kerkelijke hoogtijdagen, kermis en jaarmarkt tot een van de weinige hoogtepunten in het dagelijks bestaan van het gewone volk. Dat gold eveneens hier in de jongste veenkoloniën, zo rond 1870 – 1880. De eerste kermis in de Valthermond vond plaats – voor zover na te gaan –in 1879, ter gelegenheid van het vijfentwintigjarige bestaan van het dorp. Hij werd gehouden nabij de Kavelingbrug, waar de Kavelingen zich vertakte in het Noorder- en het Zuiderdiep.
Berend en Jaantje
In de nabijgelegen cafés van W. Oostingh, F.H. Burghgraef en H. Pinkster vonden verschillende festiviteiten plaats en ook was er een feesttent achter het brughuis geplaatst, waar eveneens de kermis opgesteld stond. De bevolking van de Valthermond zag al weken van tevoren uit naar de feestelijke gebeurtenis. Zo’n feest en kermis waren vooral bijzonder in trek bij de opgroeiende jeugd. Want veel gelegenheden om leeftijdgenoten te ontmoeten waren er niet. Daarom nam ook menige jongeman de gelegenheid te baat om een meisje te vragen met hem kermis te houden. Hoewel het kermis houden vrijblijvend was, zijn door deze feestelijkheden vele echtelijke relaties ontstaan. De kermis was vanouds een zeer geschikte gelegenheid om een vrijerij aan te gaan.
Zo verheugde ook onze plaatsgenoot Berend zich toentertijd op de feestelijkheden. Hij had al tijden een oogje op Jaantje, maar een goede gelegenheid om haar te vragen had zich nog niet voorgedaan. En de moed om zijn gevoelens voor haar onder woorden te brengen, ontbrak hem eveneens. Maar enkele dagen voor het grote dorpsfeest houdt hij Jaantje dan toch staande en vraagt haar of zij mogelijk met hem – als ze tenminste niet bezet is! – kermis wil houden. Hoewel Jaantje nog vrij is en ook wel in Barend geïnteresseerd, vraagt ze, meer om de jongeman te plagen, nog een enkele dag bedenktijd. Als ze elkaar na enkele dagen wederom zien, vraagt Barend nogmaals of zij bereid is met hem kermis te houden. ‘Ja, laten wij ’t maar doen’, is Jaantjes antwoord. Ze zegt het zo neutraal mogelijk, maar inwendig verlangt zij evenzeer naar een nadere kennismaking met Berend, Maar hij zal moeten weten dat hij nog wel zijn best moet doen om haar te krijgen!
Zoete koek
De kermis en de feestelijkheden zijn een heel spektakel. Hoogtepunten van het volksfeest zijn ‘palingtrekken’ en ‘papegaaischieten’, maar voor Berend en Jaantje heeft de kermis toch de meeste aantrekkingskracht. Op het kermisterrein staan diverse kramen en tenten, zoals die van de waarzegster met haar zwarte spiegel, de schiettent, de Kop van Jut, het koekhakblok en natuurlijk ontbreekt ook de draaimolen niet. Daarnaast allerlei kramen met galanterieën, snuisterijen, snoep en suikergoed. Er speelt ook een aantal muzikanten, waaronder Duitse hoornblazers, in de volksmond ‘blaaspoepen’ genoemd. Het is een en al gezelligheid. Men ontmoet vrienden en bekenden en geniet volop van de feestelijkheden.
Zo vergaat het ook Berend en Jaantje. Als ze voor de zoveelste maal over het kermisterrein gaan, blijft Berend voor de koekkraam dralen. Jaantje doet alsof ze niets merkt, maar haar hart begint sneller te kloppen en haar ogen beginnen te stralen. Berend koopt een zoete koek (koek die flink met suikerwerk is gegarneerd) en geeft die aan Jaantje. De koek wordt stilzwijgend overhandigd en ook Jaantje zegt geen woord.
Ze neemt de koek onder haar arm en ze wandelen eerst zwijgend voort en kijken verder in de kramen van de handelaren. Na enige tijd begeven ze zich naar de feesttent. Jaantje heeft hierbij nog altijd de koek onder haar arm. Ja, wat is ze trots, want dit is voor iedereen het zichtbare teken dat haar begeleider haar heeft gevraagd! Ook in de feesttent blijft de koek onaangeroerd en hij gaat aan het eind van de dag mee naar huis.
Koffiedrinken
De daarop volgende week, als Berend ‘toevallig’ Jaantje tegen het lijf loopt, vraagt hij haar of het goed uitkomt als hij de komende zondag na kerktijd komt koffiedrinken. Op de dag des Heren, na de kerkdienst, die werd gehouden in het logement van Burghgraef (een kerk heeft Valthermond nog niet), begeeft Berend zich naar de woning van Jaantje en haar familie. Hij wordt allerhartelijkst ontvangen, maar toch is hij erg zenuwachtig. De koffie wordt geschonken en Jaantje snijdt de kermiskoek daarop in flinke plakken. Zal Berend de eerste plak krijgen? Als Jaantje vervolgens aan Berend de eerste plak koek presenteert, valt er een steen van zijn hart. Hij is zo opgelucht omdat dat namelijk betekent dat zij hem graag als minnaar accepteert en tevens dat hij ook bij haar ouders welkom is.
Stralend ziet Berend dan ook in de eveneens schitterende ogen van zijn Jaantje. Ja, op dat moment weten ze van elkaar dat ze gezamenlijk het levenspad zullen bewandelen. Het jawoord op het gemeentehuis en in de kerk is dan nog slechts een formaliteit. Het aanbieden van de kermiskoek – ook wel ‘minnekoek’ genoemd – beduidde dat zij veel meer voor hem was dan enkel zijn kermisscharreltje. Het gebruik van de kermiskoek heeft tot het begin van de twintigste eeuw standgehouden.